zondag 12 maart 2017

De storm van 1953

— In Bredene, op de plaats waar
in 1953 de Kreekdijk brak, staat nu een
gedenkteken. —
Vandaag was ik van plan om te gaan joggen. Ik toog naar het strand en constateerde dat de toegang me belet werd door de baggeraars die daar massaal zand aan ’t opspuiten waren, een bescherming tegen de duizendjarige storm. Dat liet me aan die van 1953 denken.

Op zaterdag 30 januari 1953 begon zich op de Noordzee een hevige noordenstorm te ontwikkelen. De Vlaamse kust werd geconfronteerd met windsnelheden van 120 tot 150 km/uur. Hopelijk zou die storm niet al te lang duren, want het was volle maan en in de nacht van 31 januari op 1 februari werd bijgevolg springtij verwacht.
Kort van duur was die storm helaas niet. Hij duurde zelfs uitzonderlijk lang: 24 uur! De druk op de kust was enorm. Springtij en noordwestenwinden stuwden het water in de trechtervormige Noordzee op tot recordhoogte. Aan de oostkust stond het water al tot aan het kruin van de dijken. Het derde hoogwater (7,20 meter!) had rampzalige gevolgen. De storm trof overigens niet alleen de kust. In de Ardennen liet hij een sneeuwlaag van twee meter achter.
In Nederland overstroomde een groot deel van Zeeland, West-Brabant en de Zuid-Hollandse eilanden. Hierbij verdronken meer dan 1.800 mensen en massaal veel dieren; 100.000 Nederlanders verloren huis en bezittingen. Ook in Engeland en Duitsland vonden overstromingen plaats en vielen honderden slachtoffers. Het eiland Canvey in de Theemsmonding werd geheel overstroomd. Hier vielen 100 van de 287 Engelse slachtoffers.
Op zee verloren velen het leven. Zo verging toen ook het Zeebrugse vissersvaartuig Z 727 ‘Leopold Nera’ met zijn vijfkoppige bemanning. Op de Z 554 ‘Yolanda-Anna’ sloeg Heistenaar Albert Bulcke voor de rede van Oostende overboord.
In Heist werd een grote bres geslagen in de dijk bij hotel Des Bains. Er werd zoveel grond en zand weggevreten dat het hotel in het gat dreigde te verdwijnen. Intussen was het water Heist ingelopen en kwam het lage deel (dat in een duinpan is gebouwd en daarom de Pannenstraat heet), onder water te staan. De lange muur die langs de wandeldijk in Heist-west werd gebouwd, was vrijwel compleet weggeslagen. Grote brokstukken kwamen honderd meter verder op de kustweg terecht. Ook de tramrails tussen Heist en Zeebrugge werden vernield. Tussen Knokke en de Nederlandse grens bij het Zwin brak de 'internationale ringdijk' door en zet 250 hectare van het achterland onder water.
De schade aan de Belgische kust werd geschat op 450 miljoen BEF (12.879.000 €). In totaal werden van Koksijde tot Knokke 37 min of meer belangrijke bressen in de dijken geslagen (alleen al in Knokke-Heist waren er 15 bressen). De wegen, riolering, elektriciteit, waterleidingen… kwamen zwaar gehavend uit de storm. De kustbevolking zag zich geconfronteerd met ondergelopen kelders, schade aan hotels en zeedijkbebouwing, verzilte landerijen, verdwenen persoonlijke bezittingen, beschadigde kledij en werkmateriaal…
In Zeebrugge vielen geen slachtoffers, maar wel liepen veel schepen er zware schade op doordat de reders de kans niet hadden tijdig ze vast te sjorren. Het bleek door de storm onmogelijk over de noodbrug naar de haven te komen. Men slaagde er nog wel in achter de twee sluisdeuren grote hoeveelheden steenblokken te gooien om zo te voorkomen dat de sluizen braken. 
De nacht die 31 januari 1953 van 1 februari scheidde is in het collectieve geheugen van de kustbewoners gegrift. In België verdronken gedurende de ramp immers 28 mensen. [Elders heeft men het over 22 doden] In Oostende had de storm de binnenstad onder water gezet. Acht mensen kwamen daarbij om. Ook in Bredene viel een dode.

Oostende, 1 februari 1953, 1.30 uur ’s nachts — De golven slaan over de dijk. Het water stroomt langs de hellingen en zet de oude stad blank. Ook het Leopoldpark komt gedeeltelijk onder water te staan.
Een beetje verder lopen de handelsdokken over. De kaaimuren van die dokken zijn berekend op een hoogte van 7,08 meter. Op 1 februari 1953 wordt het een tij van…7,20 meter.  Verscheidene straten van het Hazegras overstromen en ook de ingang van het Maria-Hendrikapark staat blank.
Via de riolen stort het water zich ook in de kelders van o.a. Kaïro-, Stockholm-, Romestraat… De pompstations van de riolen vallen stil en de brandweer zet pompen in aan Petit Paris en in Mariakerke zodat het vuile water naar het waterriool overgepompt wordt. Ook worden er pompen geplaatst op de hoek van de Vindictivelaan en de Hendrik Serruyslaan, de hoek van de Visserskaai en het Sint-Petrus- en –Paulusplein en op het Vissersplein om het binnengestroomde water zo snel mogelijk weg te pompen. 
’s Morgens is de ravage duidelijk. 490.000 m2 van Oostende is overstroomd. 53 straten en ongeveer 2000 huizen staan onder water. Men raamt de totale watermassa in de straten, kelders, riolen en regenputten op 1 miljoen kubieke meter.
De hoogte van het water bedroeg in de stad gemiddeld 93,4 cm. De hoogste waterstand werd gemeten in de Sint-Franciscusstraat: 1,50 meter! Het was trouwens bijzonder gevaarlijk om door het water te waden omdat sommige riooldeksels door de druk van het water waren weggeslagen.
In het Leopoldpark waren bomen uitgerukt en was de vijver uit de oevers getreden. Tal van kasseien lagen los of waren weggespoeld. Her en der waren er grondverzakkingen.
Toen het water zich terugtrok, bleef een modderlaag achter met allerlei afval. En tussen al die ellende was er de allesoverheersende geur van benzine en mazout die zich met water had vermengd.
Jenny Lauwereins, toen 18 jaar, getuigt: Die avond zou ik gaan dansen in dancing Winnipeg op de Zeedijk. Het stormde hevig en ik had moeite om er te geraken. In de Van Iseghemlaan moest ik me aan de muren vasthouden om vooruit te komen. Ik geraakte uiteindelijk toch in de dancing, een… kelder. Mensen die van de film kwamen zegden ons dat het leuk was om te zien hoe het water over de dijk spatte. Maar het water begon ook in de dancingkelder binnen te lopen. We konden langs daar niet meer buiten. Via een uitgang in de Christinastraat konden we nog net op tijd vluchten, zoniet hadden we als ratten in een val gezeten …’ Jenny Lauwereins vertelt ook over de periode vlak na de storm: ‘Ik werkte in de Priba in de Kapellestraat. Van zodra het water was weggetrokken moesten we ons op ons werk aanmelden. Er was geen elektriciteit en we moesten werken met noodlampen.
De ravage was enorm. De toonbanken, de winkelwaar, alles lag door elkaar,… De eetwaren die in de kelder bewaard werden, waren verloren. Er was heel veel schade en er werd ook heel veel gestolen. Bovendien liepen er ratten. Wel was er personeel uit Brussel gekomen om ons te helpen en was er een dokter die voor de verzorging van eventuele gekwetsten instond. Het waren oorlogstaferelen die me altijd zijn bijgebleven.’

En nu de hamvraag. Is zo’n watersnood ook vandaag nog mogelijk? Jasmin Lauwaert, klimaatspecialist bij Natuurpunt, denkt er het zijne van: Alhoewel noodweer van alle tijden is, stijgt de kans erop als gevolg van de klimaatverandering. Tegen 2100 zal het zeepeil aan de Vlaamse kust tussen de 14 en 93 cm hoger zijn.’
Zijn we daarop voorbereid? Lauwaert: ‘De 67 kilometer lange Vlaamse kustlijn is helemaal niet voorbereid op zware stormen. Ze is quasi helemaal volgebouwd. Dat maakt de kust extra kwetsbaar.’ 
Hoezo? ‘Vandaag bestaat de opbouw van de verdediging tegen de klimaatverandering voornamelijk uit het opspuiten van zand op de stranden. Daarmee wordt volledig voorbijgegaan aan beloftevolle mogelijkheden om het karakter van onze kust te verbeteren en tegelijkertijd bescherming op te bouwen tegen de verandering van het klimaat.’
Natuurpunt stelt een rist maatregelen voor. ‘Een brede, dynamische duinengordel kan het achterland beschermen. Het zand moet dan wel  kunnen stuiven en hiervoor is een groot oppervlakte nodig. Een extra voordeel is dat regenwater dan in de duinen in de bodem dringt, het natuurlijke ondergrondse reservoir van zoet water voedt. Zo wordt het zout water van de zee tegen gehouden, waar ook de landbouw van profiteert. Ook kunnen structuren in zee gebruikt worden om ons te beschermen, zoals oesterriffen.’
Flor Vandekerckhove — Met dank aan Daniël Eyland voor de foto's.

Zij die stierven

In Oostende vielen acht slachtoffers, twee door verdrinking in het
stadscentrum, één door een hartaderbreuk, vier in hun huizen in de Bredenesteenweg en één iemand werd tijdens de storm overboord geslagen. (*)
* Albert Bulcke (° Heist, 1912), visser, overleden op 31 januari 1953 rond 20.30 uur op zee;
* Willy Eerebout (°Bredene, 1916), handlanger, overleden gevonden op 1 februari 1953 om 8.00 uur in de Ooststraat;
* Robert Van der Wal (°Oostende, 1905), visbewerker, overleden gevonden op 1 februari 1953 om 09.50 uur op het dak van zijn achterhuis, Bredenesteenweg 14;
* Ronny Deconinck (°Oostende, 1951), overleden gevonden op 1 februari 1953 om 12 uur in de sassen van het havengebied;
* Elisa Passchijn (°Stene, 1870), weduwe, overleden gevonden op 2 februari 1953 om 10.00 uur in haar woning in de Sint-Paulusstraat;
* Isidoor Gunst (°Bredene, 1881), ongehuwd, zonder beroep, overleden gevonden op 2 februari 1953 om 17.10 uur in zijn woning, Bredenesteenweg 1;
* Pharaïlde Gunst (°Bredene, 1885), weduwe, overleden gevonden op 3 februari 1953 om 14.00 uur in haar woning, Bredenesteenweg 2;
* Germaine Dumarey (°Westkerke, 1904), echtgenote van Robert Van der Wal, overleden gevonden op 3 februari 1953 om 14.20 uur in haar woning, Bredenesteenweg 14.

(*) Uit Oostende onder water 1953, Oostendse historische publicaties 10 – 2003.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen