vrijdag 7 maart 2014

De kustvisserij en het recht van de sterkste


1989. - Kort nadat ik Het Visserijblad begon uit te geven, hoorde ik voor het eerst de eis
formuleren: 'In de kustzone zou alleen mogen gevist worden door vaartuigen die
dagdagelijks in- en uitvaren. Alleen zo kan het visbestand in de kustwateren beveiligd
worden.
Sinds begin maart protesteren Vlaamse kustvissers tegen het gebruik van de zgn. pulskor in hun visgebieden. Ze verzetten zich tegen het inzetten van deze vorm van elektrische visserij. Wat is er aan de hand?

Sinds het de visserijsector duidelijk werd dat een almaar stijgende olieprijs de regel zal zijn, is men daar hard op zoek naar vismethoden die minder diesel verbruiken. Een van die experimenten betreft een vismethode waarbij elektrische pulsen de vis uit zijn schuilplaats jagen, waarna hij in het sleepnet (kor) terechtkomt dat onmiddellijk op die pulsen volgt, vandaar de naam pulskorvisserij.
De methode heeft o.m. het voordeel dat het ‘ploegen’ van de zeebodem niet langer noodzakelijk is. De grote energiekost (vele duizenden liters dure diesel per etmaal) vervalt. Bovendien blijkt de methode bijzonder efficiënt te zijn om op tong te jagen, het paradepaardje van de vissers uit de Nederlanden.
Elektrisch vissen is in Europa evenwel verboden. De methode wordt dan ook in geen enkel Europees land gebruikt, behalve in Nederland, waar de pulskorvisserij wetenschappelijk onderzocht wordt. Vissers krijgen individueel de toelating om toch elektrisch te gaan vissen omdat ze deel uitmaken van dat experiment.
Inmiddels zouden al 84 Nederlandse kotters deze visserij beoefenen. Vierentachtig is wel heel veel. Dat is zelfs meer dan de hele Vlaamse vissersvloot groot is. Het getal maakt duidelijk dat het wetenschappelijk experiment als voorwendsel gebruikt wordt om het Europese verbod te omzeilen.
Het is iets wat we wel meer zien gebeuren. Heeft Japan niet gedurende vele jaren, onder het mom van de wetenschap, het embargo op de walvisjacht doorbroken? We leven nu eenmaal in het kapitalisme, een maatschappijvorm waarin iedereen gelijk is voor de wet, maar waarbij sommigen toch een beetje meer gelijk zijn dan anderen. Helaas zijn het altijd die anderen die de rekening betalen. Het is daartegen dat de Vlaamse kustvissers nu protesteren.
Wie dat protest wil begrijpen moet een inzicht hebben in de complexe identiteit van de vissersgemeenschap. Daarin vormen de kustvissers een aparte groep die insiders als de bootsjouwers kennen. Ze zijn de historische erfgenamen van die vissers die destijds met open roei- en zeilvaartuigen ter kustvisserij voeren. De bootsjouwers hebben ook vandaag nog altijd de kleinste schepen van de vloot, zij varen dagelijks in & uit en zorgen zodoende voor de aanvoer van dagverse vis. Doordat ze maar kleine scheepjes met zwakke motoren hebben, kunnen ze niet uitvaren bij woelig weer en dat heeft dan weer het voordeel dat de zee de nodige tijd krijgt om zich te herstellen. Mocht de overheid ervoor gezorgd hebben dat de kustwateren exclusief door dat soort scheepjes bevist wordt, dan zou er voor onze kust geen sprake geweest zijn van een ecologische catastrofe, iets wat nu wel degelijk het geval is.
De bootsjouwers zijn overigens de eersten die het ecologisch probleem op zee aangekaart hebben. Zij deden dat lang voordat de milieubeweging het licht zag. Het eerste pamflet waarin de overbevissing door grote schepen aangeklaagd wordt dateert van 1860! Het waren de bootsjouwers die tijdens de eerste langdurige crisis van overbevissing (1889-1892) talrijke klachten uitten over de uitputting van de visgronden.
Die klachten bereikten ook de overheid. In 1909 al rapporteert een ambtenaar aan zijn minister dat grote schepen de visgronden aan het leegvissen zijn. Wie in het archief van Het Visserijblad bladert, vindt heel de tijd door verwittigingen van kustvissers. Zoals deze titel uit 1954: ‘Zal men de Belgische kustvisserij wurgen?’ Of dichterbij: ‘Boze vissers: kustwateren moeten beschermd worden’ (1989).
Die laatste titel was de eerste die ikzelf boven een stuk over de protesterende kustvissers kon zetten. Een jaar eerder had ik de uitgave van Het Visserijblad op mij genomen en in de daaropvolgende jaren, waarin ik mij in de vissersgemeenschap mocht engageren, heb ik de penibele situatie van de kustvissers, én hun reacties erop, nauwgezet kunnen volgen.
Gereageerd hebben ze wel degelijk. Zij eisten bescherming van hun visgronden (1989), eisten inspraak in de overlegorganen (1995), richtten een eigen strijdvaardige organisatie op (1996), eisten officiële erkenning als aparte groep (1997). Zij zijn ook vele keren tot actie overgegaan. Legendarisch is de havenblokkade die ze in 1998 organiseerden. Op verschillende tijdstippen werd front gevormd met Greenpeace en er werd gezamenlijk met de milieubeweging actie gevoerd, zoals dat ook in 2002 nog het geval was.
De kustvissers daagden destijds ook de groene minister van Landbouw, Vera Dua, uit.
Mede onder druk van Greenpeace gaf ze schoorvoetend en halvelings toe: 3 mijl!
Too little, too late!
Werden ze gehoord, die kustvissers? Zowel het Oostendse stadsbestuur, de Provincie, opeenvolgende ministers van Landbouw, ja zelfs de koning (2001) gaven de indruk hun zaak ter harte te nemen. Het bleef bij woorden. Ook de groene politica Vera Dua, destijds minister van Landbouw in de paars-groene regering,  luisterde maar met een half oor. De eis voor een eigen, exclusief visgebied van minstens zes mijl voor de kust (eis die wij al sinds 1989 horen formuleren!) werd door haar getorpedeerd. De kustvissers moesten het na veel ministeriële twijfel met maar drie mijl doen (2003): too little, too late! Mij heeft dat alvast iets geleerd over de groenen in Vlaanderen!
Dat doekje voor het bloeden kon toen ook al lang niet meer verdonkeremanen dat de ecologische catastrofe in de kustwateren georganiseerd werd door een overheid die met de Benelux (1958) de al overbeviste Vlaamse kustzone wijd openzette voor grote Nederlandse kotters. Dat proces werd nog intenser door de Europese Unie die forse subsidies verleende voor het bouwen van de zgn. eurokotters; grote, krachtige, moderne schepen die de Europese en dus ook de Vlaamse kustwateren als jachtgebied toegewezen kregen en alhier de lakens kwamen uitdelen. De Duitse publicist H. Neubacher schreef dan ook terecht: ‘Door haar jarenlange gevoerde politiek van subsidies om vissersschepen te vernieuwen en nieuwe te bouwen, creëerde de Europese Commissie niet alleen een overcapaciteit in haar vissersvloot, maar ze vernietigde ook oude visserijgemeenschappen langs alle Europese kusten’. Dat is exact wat met de bootsjouwerie gebeurd is.
En met de pulskorvisserij wordt het werk nu kennelijk afgemaakt. De kustwateren moeten en zullen koste wat het kost leeggevist worden. In het kapitalisme heerst nu eenmaal het recht van de sterkste. Een voorbeeld? Vissen in kustwateren mag alleen met schepen die een motor van minder dan 300 pk hebben. In 1989 zei een protesterende kustvisser ons daarover: ‘Nederlandse vaartuigen die 24 meter lang zijn en slechts een motorvermogen van 300 pk hebben, dat is pure onzin. De snelheid die deze vaartuigen ontwikkelen en de grootte van de netten maken duidelijk dat het over veel sterkere motoren gaat. Daar zijn wij de dupe van.’ Hij formuleerde toen ook de enig mogelijke oplossing: ‘In de kustzone zou binnen de zes mijl en zelfs binnen de twaalf mijl enkel mogen gevist worden door vaartuigen die hoogstens twaalf uur op weg zijn. Alleen zo kan het visbestand in de kustwateren beveiligd worden.’
Zolang die beveiliging er niet komt moeten de kustvissers het opnemen tegen schepen die drie keer zo sterk zijn als de hunne en daarenboven twee keer zo sterk als wettelijk toegelaten. Dat deze beschuldiging niet op los zand berust, weet iedereen die zich met de visserij onledig houdt, maar het duurt tot 2004 (en een spectaculaire verhoging van de olieprijs) vooraleer een Nederlandse reder het ook met zoveel woorden toegeeft. In het weekblad Visserijnieuws zei reder Anton Dekker, eigenaar van de SL 9, het zo: ‘Eind zeventiger jaren bleek het zeer lucratief te zijn om met een eurokotter binnen de 12- mijlszone te vissen. De kabeljauw-, schol- en tongbestanden stonden er goed voor, wat uitmondde in goede resultaten voor de toenmalige eurokotters.’ Maar al heel vlug gebeurde er iets anders: ‘Met name in de zuid had men snel in de gaten dat het vissen met meer dan 300 pk nòg veel lucratiever was. Hierop volgde begin jaren tachtig, met name in de zuid, een ware nieuwbouwgolf van eurokotters. De eerste eurokotter met 500 pk diende zich aan en behaalde zeer goede resultaten.’ Hoezo? Is de toegang tot de 12-mijlszone dan niet wettelijk beperkt tot 300 pk? Dekker: ‘Het ministerie gedoogde deze pk-overschrijding, ondanks dat ze er zich wel degelijk van bewust waren.’ En in België? Wel, ook hier was het ministerie er zich van bewust en ook hier werd het gedoogd. De kustvisserij was immers geen prioriteit, zo liet de sectortop het haar ministers menig maal verstaan. Meer zelfs: hier heerste de mening dat alles beter zou gaan als de bootsjouwers de netten voorgoed aan de kaaimuur hingen. In 1996 was de kustvisserij, dixit de Rederscentrale, maar goed voor iets meer dan 1% van de visserijomzet. In de sector waar de dienst traditioneel uitgemaakt wordt door de reders van de grootste boomkorvaartuigen is de kustvisserij dan ook ‘quantité négligeable’.
Maar daarom niet minder interessant, want elke kustvisser die de pijp aan maarten gaf, opende voor de sectortop nieuwe mogelijkheden. Die jaagde vele jaren op de motorvermogens van de bootsjouwers. Die mochten ze van de overheid immers toevoegen aan deze van hun schepen, waardoor ze tegelijk het recht kregen om meer vis uit zee weg te halen.
De lange geschiedenis van de kustvisserij toont het ons duidelijk: het kapitalisme heeft, in zijn drang naar ongebreidelde winsten en in een meedogenloze concurrentie, ongehinderd een organisch gegroeide vissersgemeenschap, samen met haar visgronden, vernietigd. Daar zijn alle vissers getuige van geweest. En kijk, de pulskor komt hier nu dat werk afmaken. 
Kunnen we daar iets voor de toekomst uit leren? Welzeker, we leren hieruit dat de claim die het kapitalisme op het begrip ‘duurzaamheid’ legt, niets anders is dan… een lege doos. De roof gaat ongehinderd door, ze wordt alleen maar efficiënter georganiseerd, bijvoorbeeld met elektrische pulsen. Wie bekommerd is om het milieu, wie de laatste bootsjouwers een vissersleven gunt, wie de vis genegen is… moet het kapitalisme zelf in vraag stellen. En hzij moet nieuwe wegen zoeken om zich met andere antikapitalistische krachten te verenigen. Doen!
Flor Vandekerckhove

Geen opmerkingen:

Een reactie posten