dinsdag 31 december 2013

Vlaamse Visveiling komt beloften niet na


Nadat de Vlaamse Visveiling in 2012 al een omzetvermindering van 7,7% moest incasseren, is dat cijfer in 2013 nog eens met 13% gedaald. Van de 75,2 miljoen euro die het bedrijf in het eerste fusiejaar gerealiseerd had, blijft 2 jaar later minder dan 60,5 miljoen over.
Het is niet het eerste jaar dat de omzet vermindert, nieuw is wel dat ook de aanvoer erop achteruit gaat: van 18.153 ton in 2012 naar 16.764 ton in 2013, een achteruitgang van 8%. Zou het kunnen dat de Vlaamse vissers hun geluk elders gaan zoeken? De vermoedens gaan in die richting, maar het is wachten op meer gedetailleerde cijfers om dat eventueel te bevestigen.
De tegenvallende cijfers zijn in de eerste plaats slecht nieuws voor de Oostendse visserij. Want de Vlaamse Visveiling veilt daar nauwelijks nog vis. Volgens de regionale televisiezender Focus zou 35% van de vangsten van 2013 in de Oostendse vismijn aan de wal gezet zijn: 5.874 ton. In 2012 was dat nog 6.360. Maar ook dat was veel te weinig, want het was beduidend minder dan wat de vismijnuitbaters contractueel beloofd hadden.
Het wordt dan ook hoe langer hoe duidelijker dat de vismijnuitbaters de Oostendse vismijn aan het leeghalen zijn. In 2010, het laatste jaar dat de Oostendse vismijn los van de NV Vlaamse Visveiling functioneerde, werd daar nog 7.470 ton vis aangevoerd. In 2013 is dat verminderd met maar liefst 1.596 ton.
Dat de aanvoer in 2013 ook in Zeebrugge afgenomen is, mag daarin geen argument zijn, want de vismijnuitbaters hadden zich eerder sterk gemaakt dat 45% van de aanvoer in Oostende geveild zou worden. 45% van veel of 45% van weinig, blijft wel degelijk 45%. Moeilijk is dat niet te verwezenlijken, want de veilinguitbaters bepalen zelf waar en wanneer de aangevoerde vis geveild wordt. Er valt evenwel geen enkel teken te ontwaren dat erop wijst dat ze inspanningen geleverd hebben om het contract na te komen. Wel integendeel.
Intussen moet er niet meer aan getwijfeld worden: de Vlaamse Visveiling komt haar contractuele afspraken in Oostende niet na. In het contract staat dat de nieuwe vismijnuitbaters zich ertoe verbinden ‘om minstens 45% van het volledig jaarlijks volume van alle verse vis, week en schaaldieren die door de Belgische vloot naar de exploitatiezetels te Oostende en te Zeebrugge van de Vlaamse Visveiling worden aangevoerd (via vissersvaartuigen koeltransporten of andere aanvoermiddelen) (…) te veilen in Oostende.’ De referentieperiode waarop dat bekeken wordt startte op 1 januari 2011 en loopt af op 31 december 2015.
Zal de Vlaamse Visveiling tegen die datum gemiddeld 45% van de aanvoer in Oostende geveild hebben? Nog voor de referentieperiode ten einde is kan al met 100% zekerheid gezegd worden dat dit niet het geval zal zijn. In 2011 werd geen 45% in Oostende gemijnd, maar slechts 31%. In 2012 was het 35% en verleden jaar weer 35%. Een gemiddelde van 45% kan over de periode 2011-2015 geenszins gehaald worden!
Er is meer. In het contract dat de kapitaalhouders met de stad Oostende afsloten staat ook: ‘EFC en ZV hebben zich middels de Erfpacht tegenover het Vlaams Gewest verbonden om binnen de drie jaar na het verlijden van de authentieke akte van de Erfpacht, en daartoe alle nodige vergunningen te hebben verkregen, op de Vismijnsite, en dit op eigen kosten, een nieuwe vismijn te bouwen, met de kenmerken voorzien in de Erfpacht (de “Nieuwe Vismijn”).’ Dit document werd ondertekend op 19 oktober 2010. We gaan inmiddels het jaar 2014 in. Heeft u die nieuwe vismijn al gezien? Neen. Hebt u al een aanvang van de bouw ervan gezien? Neen. Hebt u al een plan ervan gezien? Neen. Een ontwerp? Een voorontwerp? Een schetsje?

maandag 30 december 2013

De essentie van het pangasiusschandaal te Zeebrugge


In november werd er tussen Vietnam en Vlaanderen een contract afgesloten. Vanaf volgend jaar zou de Europese distributie van de Vietnamese pangasius in Zeebrugge gecentraliseerd worden.
Pangasius, een vissoort die in de Mekong gekweekt wordt, komt op de diepvriesmarkt nogal eens tegenover de schol te staan, een soort waarin de Vlaamse vissers zich gespecialiseerd hebben. Meer zelfs, op die markt wordt de schol (pladijs) weggeconcurreerd door het Vietnamese importproduct. Dat heeft vele oorzaken en veel ervan hebben te maken met de globalisering.
Uiteraard bekijken de Vlaamse vissers die pangasiusinvoer maar met een scheef oog. Vandaar dat de vissersgemeenschap scherp reageerde op de persmededeling die het succes van de Vlaamse Vietnammissie in de verf zette.  Dat verminderde niet toen Het Vrije Visserijblad uitviste wie er zakelijk belang had bij de deal die de Vlamingen daar wisten af te sluiten.
De vis die in België door de Vlaamse vissers aangevoerd wordt, wordt verkocht door een private onderneming, de NV Vlaamse Visveiling. Centraal daarin staat Marie-Jeanne Becaus, meisjesnaam Pieters, een kapitalist die in 1988 in de visserij begon te investeren. Sindsdien heet het dat de belangen van de visserij en deze van dat kapitaal gelijklopen. Wat goed is voor het kapitaal zou goed zijn voor de kleine visserman.
Intussen gaat het met die visserman almaar slechter. Marie-Jeanne heeft die evolutie al van verre zien aankomen en erop geanticipeerd. Op zaterdag 5 mei 2007 zegt ze in Het Nieuwsblad: ‘Maar we beseffen heel goed dat de vismijn als bedrijf niet meer kan groeien.’ 
Kapitaal dat niet groeit is ten dode opgeschreven, kapitaal móet groeien, dat is de aard van het beestje. Dus wordt er uitgekeken naar een andere opportuniteit: ‘De viscontainers die uit bijvoorbeeld China, Vietnam of Afrika komen zijn momenteel nog beperkt in aantal. Maar met de groei van de handelshaven, zal dat segment steeds belangrijker worden. Het MBZ verwacht een jaarlijkse groei van 1 miljoen containers, waarvan één derde voeding. Van die opportuniteit moeten we gebruik maken.’
Dat heeft deze ondernemende zakenvrouw inmiddels ook gedaan. Op 6 maart 2010 staat er in Het Nieuwsblad een interview met Sylvie Becaus, CEO van Zeebrugge Food Logistics en dochter van hoger vermelde Marie-Jeanne. De familie die de aanvoer van de Vlaamse vissers controleert, beheert blijkbaar ook de nabijgelegen ‘grootste diepvriezer van Zeebrugge.’ Daarin kan er 12.000 kilo voeding gestockeerd worden. Daarin zal, zo blijkt na onderzoek, ook de Vietnamese pangasius opgeslagen worden.
Schort er dan iets aan volgende redenering? Enerzijds: hoe meer pangasius er in ‘de grootste diepvriezer van Zeebrugge’ gestockeerd wordt, hoe meer het kapitaal van de vismijneigenaars groeit. Anderzijds: hoe meer pangasius er naar Europa komt, hoe hachelijker de positie wordt van de visserman die zijn waar in de vismijn moet verkopen. Uit dit enerzijds & anderzijds volgt ontegensprekelijk dat de belangen van de vissers en de kapitaalbezitters niet gelijklopend, maar aan elkaar tegengesteld zijn.
De komst van deze kapitalisten werd destijds al met wantrouwen bekeken. Guido Muelenaer en Philippe Bruel schreven er een boek over (Een Zeebrugse afrekening. Achter de schermen van de Belgische visserij). Ook de sector zelf reageerde uiterst terughoudend. Dat wantrouwen van de vissers steunde op ervaring. De sector had vroeger al eens zo’n toevloed van kapitaal meegemaakt. Na WO I investeerden kapitaalhouders massaal in de uitbating van stoomschepen die ter visserij voeren. Toen die schepen (mede door de overbevissing) niet meer rendabel waren (en het kapitaal dus niet meer lieten groeien) verdwenen die kapitaalbezitters even vlug uit de sector als ze erin gekomen waren. Ze lieten de vissers in de jaren vijftig van vorige eeuw gewoon met lege handen achter.
Je weet wat Karl Marx schreef: ‘De geschiedenis herhaalt zich, eerst als tragedie en daarna als klucht.’ Of de vissers de handelswijze van deze kapitaalbezitters deze keer als een klucht zullen ervaren is echter zeer de vraag.
Flor Vandekerckhove

zaterdag 28 december 2013

Lezers over de vissersroman Amandine


‘Elk hoofdstuk van Amandine staat apart in de stevige constructie die dit boek is geworden. Naast de duidelijke waarde van dit nieuwe boek is de roman een kleinood voor verzamelaars. Het werk is heel creatief en prachtig uitgewerkt. Kosten noch moeite en talent werden gespaard om van het boek ook een kijkobject te maken; de vormgeving zal de verkoop geen windeieren leggen. Met Amandine bewijst Flor Vandekerckhove dat enkel hij over de visserij kan schrijven; bij hem geen bijvangsten, geen ondermaatse vis, geen gezeik maar louter erudiet geschrijf…’
Frank Decerf, recensent, in De Auteur

‘Wat een plezier beleef ik aan die Amandine. Echt mijn mooiste meeleefboek sinds lang. En dat anderlechts café, De Geldzak en IJsland. En ik ben nog maar halfweg…’
Jan Loones, eresenator, schepen Koksijde

‘Genoten! Sterk hoe je je eigen geschiedenis (mengeling tussen fictie en realiteit) mengt met de maritieme geschiedenis en het dan ook nog in een spannend verhaal met een – toch wel - ontroerende ontknoping verwerkt. Een doorleefd, authentiek boek.’
Katrien Vervaele, auteur, Zuienkerke

‘Prachtig hoe je fictie met geschiedenis vermengt. De historische context van de vissersopstand, de Rode Vloot, de opkomst van de bokkers, d’Ollanders en teloorgang van de IJslandvisserij boeiden mij bijzonder. Het boek bezit een wat aparte kaft, die de rode draad doorheen het boek voorstelt. Kortom, een koffer verhalen fictie en non-fictie waar elke liefhebber van de zee beslist iets aan heeft.’
Joris Surmont, oud-IJslandvisser

‘Ik heb net enkele bladzijden uit AMANDINE gelezen: ver-sla-vend, mon vieux! Ik voel onmiddellijk de zee en ruwe landschappen onnoemelijk ver weg.’
Didi de Paris, dichter, Leuven

‘Dit werk is het resultaat van onontwarbare mengeling van waar gebeurde feiten en je eigen verbeelding/fictie, een mix die bovendien geleid heeft tot een waarachtige thriller. Ik heb het gelezen aan een almaar gejaagder tempo, benieuwd hoe de queeste van de zoon op zoek naar zijn roots ging aflopen.
Gesitueerd in een nog niet zolang geleden verleden, in een omgeving die ik de laatste jaren beter en beter heb leren kennen, naar aanleiding van mijn biografie over IJslandvaarder Lucien Vanneuville uit Oostduinkerke.’
Jan Huyghe, voorlichtingambtenaar Koksijde.

‘Als zedenroman slaagt Vandekerckhove erin zijn personages menselijk en treffend te doen overkomen. Hij weet als geen ander de visserijgemeenschap fijntjes te tekenen. Wanneer in het laatste hoofdstuk alle puzzelstukken in elkaar passen, blijkt het hele verhaal te kloppen. Ook hier houdt de oude vissersmoraal echter stand: ‘wat op zee gebeurt, blijft op zee’.’
Paul Van Aelst, recensent, in hvv/boekrecensies

‘Ik heb het boek bijna in één adem uitgelezen. De spanning tussen de personages en de subtiele aanzuigkracht van de jonge Amandine maken van het verhaal een topper. Proficiat. De visserij belichten kan je als geen ander, die clan, met hun rites, geheimen en waardigheid… Ik heb er van genoten, voelde me weer dertien, veertien jaar, de periode van de Rederscentrale, de vismijn, radio Oostende en vooral de vertellingen van mijn vader.’
Doris Klausing, Oostende.

‘Ik wil je zeggen dat ik je boek met heel veelinteresse en plezier gelezen heb. Ik denk dat een boek geslaagd is als de lezer daarop verder fantaseert. Dat is wat ik nu doe. Dus wat mij betreft is je boek zeer geslaagd!’
Johny Lenaerts, publicist, Leuven.

‘Amandine is een goed boek. Bedankt! Ik kijk al uit naar je volgende.’
Muriel Beuselinck, verpleegkundige, Bredene.

‘Een spannend raamverhaal. Een vuurzee, een ijszee, en meteen is de toon gezet. Wahrheit und Dichtung, droom en werkelijkheid maken er een meeslepend verhaal van. Kortom, een vlot leesbare raamvertelling, sociaal bewogen en met de allures van een detective en zelfs van een spionageverhaal.’
Johan Corveleijn, dichter, Oostende.

‘Als voorzitter van de vzw Tolerant (tot behoud van het varend erfgoed) ben ik uiteraard geïnteresseerd in de visserij. Ik heb juist Amandine uitgelezen. Boeiend, leerzaam en spannend tot op het einde!’
Fanke Lok, behoeder maritiem erfgoed, St.-Job-in’t-Goor.

‘Het is een zeer interessant boek over geschiedenis, leven en werk van het vissersvolk. Een interessant document dat samengehouden wordt door het verhaal van de ik-figuur, een boek dat gekoesterd zal worden door het nageslacht’
Annie Vanhee, telg uit vissersgeslacht Deckmyn, Bredene.

‘Ik vind ‘Amandine’ heel boeiend en fascinerend. De combinatie van een fictief levensverhaal en een historisch onderbouwde schets van de visserij is echt geslaagd. (…) Het thema is ook wel universeel. Hoeveel mensen zijn er niet die door oorlogen en andere ellende in de wereld geen familiale roots hebben? (…) Een welgemeende proficiat! Ik vind dat je het boek moet insturen voor AKO en andere prijzen.’
Joris Devoogt, journalist, Oostende.

De roman Amandine kan gekocht worden in Standaard Boekhandel Bredene, Boekhandel Luc (Opex Oostende), Corman Oostende, Standaard Boekhandel Oostende, To Be Brugge, Raaklijn Brugge, Limerick Gent, Carpe Diem Tielt, Letters & C° Deinze. Het boek kan ook rechtstreeks besteld worden door 24,99 € over te schrijven op rekening 001-1955078-22 van C&DV Productions te De Pinte. Het boek wordt u dan gratis toegestuurd.

zaterdag 21 december 2013

Censuur op de visserijkaaien


Het Visserijblad (verder HVB) wordt vanaf 2014 niet meer uitgegeven. (Meer hierover ook op www.visserijblad.be.) Spijtig is dat natuurlijk wel, want wie iets van de situatie in de Vlaamse visserij wil begrijpen kan eigenlijk niet om dat blad heen. Dat geldt in de eerste plaats voor journalisten die over de visserij berichten.
Is die laatste zin aanmatigend? Ik denk het niet. Een recent incident leert me dat HVB nog maar pas de boeken toegeslagen heeft en, hopla, daar gaan ze weer.
Het kerstnummer van het zgn. Informatieblad van de Rederscentrale plaatst elk jaar Nieuwjaarsboodschappen van prominente personen. Die personaliteiten maken dan de balans op en schetsen de perspectieven.
Mij kwam ter ore dat de tekst van Patrick Van Craeynest, moreel consulent in de visserij, geweigerd werd. Van Craeynest is een brave mens die zich daar bij neerlegt. Hij wil daarop niet reageren, vandaar dat iemand anders het moet doen. Want dit is wel degelijk een reactie waard.
In die tekst somt Van Craeynest tal van problemen op waarmee de vissers geconfronteerd worden: ‘hoge brandstofkosten, lage visprijzen te weinig bemanning, strenge wetgeving rond quota, veel controle; grote concurrentie van buitenlandse schepen; onderlinge concurrentie; te weinig toekomst voor het klein vlootsegment; te veel mosselen; grote Europese druk; uitgevlagde schepen; de visser wordt bestolen; te duurzaam vissen; te weinig vrije vissersbladen; te veel keuring; te veel cursussen; concurrentie van ingevoerde vis van bedenkelijke kwaliteit; verlies van visgebieden door allerhande andere activiteiten op zee; oprichten van ‘groene‘ zeegebieden; te grote diepvriezers voor pangasius; oprichten van windmolenparken; vernietigende Europese verordeningen; te weinig instroom van jonge vissers; nog te veel arbeidsongevallen; te veel certificaten, brevetten en attesten.’
Het is een indrukwekkende lijst die de Rederscentrale liever niet gepubliceerd ziet. Maar Van Craeynest weet waarover hij spreekt. Hij vervolgt: ‘Iedere visser vertelt je hetzelfde: ’t is allemaal voe de kloten! Geen goeie voornemens meer voor het komend jaar. Er zal altijd gevist worden op zee. De zeevisser zal altijd blijven bestaan, maar of dit in België zal zijn lijkt me uiterst twijfelachtig. De grootheid van een kleine sector… Toch kan men gerust stellen dat bovenstaande problemen peanuts zijn. Want wat blijft er over als je plots geconfronteerd wordt met lichamelijke problemen? Als je plots om de één of andere reden niet meer kunt doen wat je graag doet? Gezondheid is nog altijd het hoogste goed. Bij deze, mijn nederige wens: iedereen een gezond 2014 toegewenst!’
De Rederscentrale vindt dit niet door de beugel kunnen. De patronale organisatie houdt u liever een roze bril voor waarin de lof gezongen wordt van een glorierijke sector, op weg naar de stralende toekomst die uiteraard duurzaam zal zijn. De tekst van Van Craeynest past niet echt in dat denkbeeldige (!) plaatje en wordt geweigerd.
Dit is een ernstig geval van censuur. De Rederscentrale kan tegenwerpen dat Van Craeynest zijn tekst naar andere bladen kan sturen, maar dat is onzin. Sinds HVB niet meer bestaat is er in de Vlaamse vissersgemeenschap geen medium meer dat plaats beschikbaar heeft om de boodschap van de moreel consulent te plaatsen.
Tot voor kort zou deze daad van censuur zinledig geweest zijn, want HVB zou dit stuk zeker gepubliceerd hebben. Dat zou journalisten dan weer toegelaten hebben ook deze kritische stem in hun berichtgeving mee op te nemen. 
Nu HVB niet meer verschijnt, wordt het net meteen toegetrokken. Vanaf nu verneemt u alleen nog maar datgene wat de sectortop u voorschotelt. 
Dat de Rederscentrale de tekst van Van Craeynest weigert is een belangrijk feit. Het betreft niet alleen een voorbeeld van flagrante censuur, het incident ijkt het moment waarop het journalisten onmogelijk gemaakt wordt nog correct over de visserij te berichten.
Eigenlijk past hier maar één reactie op: no pasaran ! We laten dit niet passeren. Daarom heb ik beslist deze blog te openen onder de veelzeggende titel Het VOORLAATSTE ! Visserijblad. Deze blog zal u melden wat elders over de Vlaamse visserij niet gepubliceerd mag worden.
Men zegge het voort.

De geschiedenis van Het Visserijblad


Het eerste nummer van Het Visscherijblad lag in de winkel te koop op zaterdag 25 februari 1933. Het blad kostte toen 75 centiemen. Uitgever-drukker Honoré Seys uit de Nieuwpoortsesteenweg in Oostende gaf het blad de ondertitel 'Wetenschap, nijverheid, handel' mee. (1)
‘Het was een gedurfd initiatief in volle recessieperiode die ook de visserijsector zo zwaar teisterde dat de algemene stillegging van de vloot in de lucht hing. In het verleden haalden alle uitgevers van op de visserij gerichte bladen bakzeil,'  schreef de volkskundige auteur Omer Vilain in 1962 in een proefschrift. (2)  Hij ontwaarde één uitzondering: Het Visserijblad, waarbij wijlen Pros Vandenberghe (1907-1984) van meet af aan betrokken was.  Meer zelfs.  Hoe langer hoe meer zullen Het Visserijblad en Pros in één adem genoemd worden. 

Het momentum van Pros
Pros Vandenberghe (1907-1984)
Vandenberghe, geboren op de Oostendse Vuurtorenwijk, kwam in 1929 in stadsdienst onder vismijndirecteur Gustaaf Velthof. Hij werd belast met het bijhouden van de aanvoerstatistieken. (3) Toen hij in de visserij goed ingewerkt was werd hij Belgisch correspondent voor  het Engelse visserijblad Fishing News en voor de Nederlandse Visserijcourant waarin hij naar eigen zeggen de belangen van de Belgische visserij begon te verdedigen. ‘Na in enkele jaren meer en meer in de visserijproblematiek ingewerkt te zijn werd ik door mijn directeur ontboden. In aanwezigheid van drie hoge ambtenaren werd mij gevraagd of ik te vinden zou zijn om een eigen Belgisch visserijblad te stichten,’ schreef Vandenberghe in een terugblik bij het ingaan van de 50ste jaargang. ‘Dat was helemaal niet naar de zin van de toenmalige schepen van de Vissershaven, tevens uitgever van een lokaal weekblad.’ (4)
Pros Vandenberghe zou uitgroeien tot een van de kleurrijkste figuren die de Vlaamse visserij ooit gekend heeft. De verdwenen Oostendse stadskrant De Stoeten Ostendenoare stelde het zo: ‘Pros Vandenberghe was, onderwijzer zijnde, ooit begonnen als medewerker van "De Zeewacht". Blijkbaar kon hij er niet aarden, en begon dan maar een eigen krant: "Het Visscherijblad" (eind 1933). Tot de oprichters behoorde o.m. de vissershavendirecteur Velthof. "Het Visscherijblad" startte als vakblad, maar breidde gaandeweg zijn berichtgeving uit naar het algemeen streeknieuws. Liberaal en Vlaamsgezind van inslag zou P. Vandenberghe het blad vooral gebruiken om zijn positie van "zwarte paus" in het visserijwereldje te helpen uitbouwen en ondersteunen.’ (5)
Omer Vilain: ‘Tussen de twee oorlogen kende de Oostendse pers weer een gevoelige aangroei. Een grote gebeurtenis was de publicatie van "Het Visserijblad" uitgegeven door H. Seys, maar vlug overgenomen door Prosper Vandenberghe die er zijn lijfblad van maakte. Hij schreef alles recht voor de raap en dat bracht geregeld spanningen, ruzies en processen met zich mee. Nogal vaak kwam "Pros" in conflict met De Zeewacht en dat werd "met de pen" hardnekkig uitgevochten. Vader Elleboudt nam het bijvoorbeeld niet dat "Protzakje" hem met zo weinig eerbied bejegende.’ (6)
Anderhalf jaar na de stichting van Het Visscherijblad nam Vandenberghe ontslag als stadsbediende en werd hij aangesteld als griffier van de Ongevallenkas voor de Zeevisserij. Daardoor was de onverenigbaarheid weggewerkt. In 1938 nam Vandenberghe een drukkerij over om zijn blad, evenals de destijds welbekende 'Visserij Almanak' (die al sinds 1934 verscheen)  in eigen beheer uit te geven en te drukken.

Oorlogsjaren
Pros Vandenberghe verwoordde de voorbije periode als volgt: 'Het valt te begrijpen dat, met het onafhankelijk karakter ons eigen, wij soms niet terugdeinsden, terecht of misschien ten onrechte, er op los te gaan en mistoestanden, bij gebrek aan bescherming van onze vissers en hun bedrijf, in krachtdadige termen aan te klagen, om aldus de misnoegdheid of de vijandschap van de ene of de andere autoriteit, belanghebbende of politieker, op onze nek te halen. Maar bij dit alles, welke vergissingen of eventuele foutieve commentaren daarmee soms gepaard gingen, hebben wij steeds slechts één doel nagestreefd, met name proberen objectief, onafhankelijk te blijven ten aanzien van de visserij en de vele belangen van het bedrijf, hoe moeilijk het ook was en hoe onaangenaam, soms vrienden te mishagen.’ (7)
Jef Klausing (1918-2004)
Oorlogsomstandigheden lagen aan de basis van het schorsen door de bezetter van de uitgave van het weekblad in juli 1941. Omer Vilain: 'Na de oorlog kregen beide bladen (nvdr: De Zeewacht en Het Visscherijblad) last omdat ze in het begin van de oorlog waren blijven verschijnen, doch ze wisten zich uit de problemen te redden. "De Zeewacht" werd vanaf 1941 onder een andere titel en met een andere uitgever gedrukt: "Het Strand". De laatste nummers van "Het Visscherijblad" waren in 1942 van de pers gerold.' (8)
De Stoeten Ostendenoare: 'Het weekblad van "bestuurder-eigenaar" Pros Vandenberghe staakte zijn uitgave op 4 mei 1940, om eventjes na de Blitzkrieg-perikelen, de kop weer boven water te steken. Op 6 juli verscheen "Het Visscherijblad" alweer. Het bevatte echter voornamelijk technisch en vaknieuws, naast veel gegevens over de Oostendse vissers in het buitenland. "Wij verschijnen buiten en boven alle politiek".
Niettemin kon Het Visscherijblad alleen uitgegeven worden met de toestemming van de bezetter. Opvallend is zeker dat de verslagen en mededelingen van het collaborerende VNV weliswaar werden opgenomen in de rubriek Oostendsch Nieuws, doch veel minder opvallend en uitgebreid dan in het concurrerende "Het (Panne-)Strand".
Halfweg 1941 treedt Vandenberghe af als directeur om zich enkel nog met de visserijaangelegenheden in te laten. Hij werd opgevolgd door L. Godemont, doch bleef eigenaar. Het laatste oorlogsnummer van Het Visscherijblad verscheen op 3 april 1942.’ (9)
In 1945 verscheen het weekblad opnieuw, nu onder de kop Het Nieuw Visscherijblad. In het editoriaal van dat eerste naoorlogse nummer (1 december 1945) wordt nogmaals benadrukt dat het blad 'zijn aandeel zal bijbrengen, opdat de zeevisscherij een groote nijverheid worde, opdat ons zeemansras bewaard blijve.'

Krantenmagnaat op mensenmaat
De titel Het Visserijblad in hedendaagse spelling dateert uit het begin van de jaren vijftig.
In de periode 1952-54 kende het weekblad een steile opgang en kreeg als ondertitel Nieuwsblad van de Kust. In 1954 splitste Vandenberghe beide titels in afzonderlijke bladen. De ontkoppeling leverde enerzijds Het Visserijblad op en anderzijds een informatief weekblad op krantenformaat, Het Nieuwsblad van de Kust, gevestigd aan de Vindictivelaan en uitgegeven door Simonne Bolline (echtgenote van Pros Vandenberghe). Het Nieuwsblad van de Kust kwam dan ook in rechtstreekse concurrentie met het liberale Kustblad en de katholieke Zeewacht. Oplopende polemieken tussen de weekbladen werden niet alleen met de pen, maar vaak ook voor de rechtbank uitgevochten. Pros Vandenberghe liet het trouwens niet alleen bij concurrentie op het vlak van de nieuwsgaring.  Hij wilde ook zijn deel van de advertentiemarkt. Hij pakte in 1955 uit met het publiciteitsblad Vandeweek waarmee de toen nog minderjarige Norbert Haeck (later succesvolle Tips-uitgever [°14.09.40]) zijn eerste ervaringen in de reclamewerving opdeed. De polemieken van Vandenberghe werden overigens niet alleen met concurrerende kranten gevoerd. Pros was ook voorzitter en bestuurder van talrijke coöperaties en verenigingen. Door zijn machtspositie en verstrengelde belangen kwam hij in aanvaring met veel instanties. Hij lag zowat voortdurend in de clinch met de Rederscentrale, de vakbonden en met de toenmalige Oostendse burgemeester Jan Piers, want ook politiek ging Vandenberghe zijn eigen weg. In 1958 werd hij lijstduwer op de liberale scheurlijst Verenigde Oostendse Belangen, waarbij hij evenwel niet verkozen werd.
Op het einde van de carrière van Pros Vandenberghe bleef alleen nog Het Visserijblad over en de handelsdrukkerij waar het blad geproduceerd werd. (10)

Liefkemores
We zegden het al: Pros Vandenberghe is ongetwijfeld een van de kleurrijkste figuren geweest die de Vlaamse visserij voortgebracht heeft. In het blad lieten we destijds enkele journalisten aan het woord die ooit voor hem gewerkt hadden.
1988: een nieuwe ploeg neemt het blad over.
Wijlen Jef Klausing is ooit hoofdredacteur van het blad geweest. Klausing: ‘Ik schreef het editoriaal waarin Pros niet zelden, achter mijn rug, een en ander wijzigde. Was hij echter erg opgetogen over mijn geschrijf, dan zette hij er zijn eigen naam onder. Verder schreef ik onder de meest diverse pseudoniemen allerlei stukken over de visserij. Tegen een hels tempo kreeg ik het klaar om wekelijks een dertig stukken dik blad bijeen te pennen. Ik beantwoordde zelfs lezersbrieven… die ik zelf geschreven had.’ (11)
Ook Herman Moerman heeft onder ‘het bewind’ van Pros Vandenberghe geschreven: ‘Zestien jaar heb ik als journalist wel en wee meegemaakt van Pros en zijn gazetten. Aan die samenwerking  kwam een einde toen Pros achter mijn rug een nieuwe redacteur voor Het Nieuwsblad van de Kust aanwierf. Dat mag dan het volste recht van een patroon zijn, ik nam het niet dat hij zo’n belangrijks beslissing nam zonder mij — toch hoofdredacteur — daarin te kennen. Temeer daar ik heel goed wist dat hij dat alleen maar deed om concurrent De Zeewacht een loer te draaien door dat blad een medewerker af te pakken.’ (12)
Na het overlijden van de 77-jarige persman (7 december 1984) viel de drijvende kracht achter Het Visserijblad ook weg. Zijn dochter Martine, niet voorbereid op de zware taak, kondigde drie jaar later het einde van het blad aan.
Het toeval wilde dat nog maar enkele maanden eerder (24 augustus 1987) op de Oostendse H. Baelskaai een vereniging opgericht was die 'iets' rond de visserijcultuur wilde  realiseren.  De stichters Danny Crabeels, Willy Versluys en Flor Vandekerckhove wilden of een oud-vissersvaartuig restaureren of een vissersfeest organiseren of…  Het werd uiteindelijk een uitgeversproject om Het Visserijblad van een gewisse dood te redden.  (13)
De eerst nog losse vereniging kreeg nu vlug een officieel karakter. De vzw Liefkemores (stichting gepubliceerd in de bijlage van BS van 18 februari 1988)  zette al in januari 1988 alle zeilen bij en slaagde erin om in nauwelijks drie weken tijd een uitgebalanceerd project op poten te zetten. De publicatie van Het Visserijblad werd uiteindelijk met nauwelijks één maand onderbroken.  In februari 1988 lag Het Visserijblad (nu als maandblad) alweer in de krantenrekken.  De 55ste jaargang was alvast gered.
De nieuwe uitgeverij ging er hard tegenaan. Nummers van 48 bladzijden waren de regel, soms 56, een enkele keer 64! Ook omdat de uitgeverij over geen kapitaal beschikte moest het geld elders gezocht worden. We zetten een systeem van ‘deficit spending’ op waarbij we facturen voor ons uitschoven in de hoop dat het fel verbeterde blad bijkomende inkomsten zou aanboren. Deze dynamiek lokte inderdaad nieuwe lezers en adverteerders, maar onvoldoende om de extra drukkosten die eruit voortvloeiden te compenseren.
Wat sindsdien als HVB afgekort werd, bleef gedrukt worden bij Drukkerij Nieuwsblad van de Kust, later ongevormd tot Drukkerij Vandenberghe, tot die onderneming op 30 december 1996 failliet verklaard werd.
Daarmee werd ook een punt gezet achter het systeem van ‘deficit spending’ dat uitgeverij Liefkemores hanteerde, want de curator die het faillissement van de drukkerij begeleidde, vorderde uiteraard de achterstallige facturen van het drukwerk op, rekeningen die HVB onbetaald in de schuif had laten liggen. De vzw Liefkemores bleef achter met een lege kas.
Ook die gebeurtenis is er niet in geslaagd de continuïteit van het tijdschrift in het gedrang te brengen. De uitgeverij toog in moeilijke omstandigheden op zoek naar een nieuwe drukker.  Doordat de visserijsector intussen in vrije val verkeerde, waren ook de reclame-inkomsten van het blad fel verminderd. Kwam daar nog bij dat het tijdschrift, omwille van de polemische artikels die erin verschenen, door de sectortop bestreden of genegeerd werd, als al niet van een boycot gesproken kan worden.  Dat alles maakte dat HVB moest inbinden. Het aantal bladzijden werd gaandeweg teruggebracht tot 28. Persoonlijk verloren we er een betrekking aan.
Guido Walters (1947-2011)
We engageerden ons vervolgens om het blad op vrijwillige basis te blijven uitgeven. Wellicht was de productie in de daarop volgende jaren onmogelijk geweest had het niet kunnen rekenen op de sympathie van Steven Lowyck, de nieuwe drukker die — ere wie ere toekomt — HVB gedurende enkele jaren tegen kostprijs gedrukt heeft.

Het Vrije Visserijblad
Van de oorspronkelijke ploeg die HVB in 1988 vol schreef, bleef inmiddels haast niemand over. Het blad werd in die moeilijke jaren omzeggens volledig gevuld door fotograaf/journalist Guido Walters en Flor Vandekerckhove.
Maar ook in de Vlaamse visserij bleef haast niemand meer over. De Vlaamse vissersgemeenschap was intussen zo klein geworden dat het zelfs met een voluntaristische inzet onmogelijk werd een onafhankelijk tijdschrift te produceren dat rond de sector (slechts enkele tientallen schepen, waar er in 1988 nog 201 waren) gecentreerd was. Een nieuwe keuze drong zich op: ofwel zetten we er een punt achter, waarmee we alleen maar het voorbeeld zouden volgen van zoveel anderen die de visserij verlaten hadden, ofwel vormden we blad om tot een magazine dat, weliswaar in sympathie met de visserij, ook lezers met andere interesses tot ver in het binnenland kan boeien.
Toen Guido Walters in november 2010 overleed, viel een van de twee drijvende krachten achter het blad weg. Met hem verdween wellicht de laatste beroepsjournalist die in staat was meer dan een oppervlakkige berichtgeving over de visserij te ventileren. (14) 
Intussen was fotograaf/vormgever Jo Clauwaert de redactie komen vervoegen. In zijn kielzog kwamen tal van nieuwe medewerkers de ploeg versterken. Zij zouden het tijdschrift de nieuwe impuls geven die het nodig had.
De nieuwe redactionele lijn die uitgestippeld werd kan als volgt samengevat worden: we brengen de visserscultuur naar de wal en we brengen de cultuur van de wal naar de visserij. Het blad werd erdoor omgevormd tot een veelkleurig, mooi vormgegeven magazine dat ook lezenswaard is voor mensen die nauwelijks iets met de visserij te maken hebben. We investeerden ook energie in het ontwikkelen van een eigen website en trokken meermaals de boer op om het blad te propageren.
Dat dynamisme bleef niet onopgemerkt. Het lezerscorps verjongde en het bestaan van het blad werd zelfs opgemerkt door de makers van de internetencyclopedie Wikipedia die er een lemma aan wijdden (http://nl.wikipedia.org/wiki/Het_Visserijblad). Het veranderingsproces werd in november 2010 bekroond met een nieuwe titel: Het Vrije Visserijblad.
In 2013 breiden we een 80ste jaargang aan een blad dat in 1933 voor het eerst uitgegeven werd. Niet slecht voor een tijdschrift dat in 1988 jaar ten dode opgeschreven was en dat sinds dat jaar maar kon blijven verschijnen door de belangeloze inzet van medewerkers die er niet tegen opzagen tegen de commerciële stroom in te roeien.
Op het einde van 2013 gaat uitgever Flor Vandekerckhove met pensioen. Hij stelt de titel ter beschikking van elkeen die het blad in dezelfde geest — het vrije woord — wil verder zetten.  Of er ook daadwerkelijk iemand is die dit zal doen, valt af te wachten.

(1) ‘De Oostendse Drukkers (1780-1940)’, door Patrick Vandenabeele, vermeldt Seys Honoré als drukker van 12.1.1923 tot 1938.  Drukkerij 'Het Visscherijblad' (vanaf 1938) werd later 'Drukkerij Nieuwsblad van de Kust'.
(2) Omer Vilain, 'De Belgische zeevisserij, een proeve van bibliografie' tot het behalen van het diploma van gegradueerde in de biblio-economische en bibliografische wetenschappen.
(3) Een statistiekendienst voor vis was toen reeds opgelegd door de Conventie van Kopenhagen.
(4) Jubileumnummer 50 jaar Het Visserijblad, 49ste jaargang - nr 49 - 28 december 1982.
(5)  'Het dossier van het Oostends bedrukt papier - Deel 3 De Crisisjaren 1930-1940' in De Stoeten Ostendenoare, 2de jg. nr 1, augustus 1976.
(6) Omer Vilain, 'De Belgische zeevisserij, een proeve van bibliografie'.
(7) Jubileumnummer 50 jaar Het Visserijblad
(8) Omer Vilain in De Zeewacht 01.09.89
(9) De Stoeten Ostendenoare, januari 1977 (zelfde dossier - deel 4 'De Zwartschrijver').
(10) Het weekblad Het Nieuwsblad van de Kust werd in 1981 overgenomen door Roularta (uitgever van het concurrerende De Zeewacht) en hield op te verschijnen.
(11) HVB I/1998.
(12) Ib.
(13) Vermelden we volledigheidshalve dat ook andere programmapunten van de vzw uiteindelijk uitvoering kregen (visserijfeesten, restaureren van het garnaalscheepje Cragnon), maar die verdienste is uitsluitend toe te schrijven aan Willy Versluys die de vzw Liefkemores verlaten had, zoals dat eerder ook al gebeurd was door Danny Crabeels.
(14) In HVB XII/2010 verscheen een in memoriam in het blad waarin we de verdiensten van Guido Walters voor HVB onderstreepten.